Een stukje historie over Villa Arentsburgh te Voorburg

Aan de Arentsburghlaan, tussen de Vliet en de Prinses Mariannelaan, liggen de restanten van het buiten Arentsburgh. In 1662 liet Cornelis van Lodensteyn, gecommitteerde in de Generaliteitsrekenkamer, op de plaats van een bouwvallige woning waarvan Jacob Arentz in 1451 bewoner was, een 'deftige huisinghe' bouwen waaromheen siertuinen en moestuinen werden aangelegd.
Nog altijd zijn op het terrein achter het herenhuis stukken tuinmuur te zien. Op Arentsburgh werden talrijke exotische gewassen geteeld, zo blijkt uit een heester- en plantenlijst, die in verband met een verkoping op 7 april 1792 werd opgesteld. Naast citrusboompjes worden onder meer laurierbomen, ananassen, jasmijn, Afrikaanse lelies en aloë's genoemd. Er zal dus een oranjerie annex stookkas zijn geweest.
In 1826 werd Arentsburgh door de overheid aangekocht, vanwege het vermoeden dat zich op het terrein Romeinse resten bevonden. Archeologische onderzoekingen onder leiding van Professor Reuvens (rond 1830) en later Professor Holwerda legden in het parkje de resten van FORVM HADRIANI bloot.
FORVM HADRIANI, een door de Romeinen gestichte burgerlijke stad was een handelsplaats (forum=werkplaats), en dankt zijn naam aan keizer Hadrianus die in 121 na Christus op zijn tocht door het gebied zijn naam eraan verbond. Tevens was het de hoofdplaats van de Kaninefaten, die in de Romeinse tijd de kuststreek bevolkten. Omstreeks 161 heeft de stad een andere naam gekregen: Municpium Aurelium Canafatium, de hoofdstad van het Cananefaatse gebied. Ongeveer in het jaar 270 heeft de bevolking die stad verlaten. Tot in de 16e eeuw moeten er resten van stenen gebouwen zichtbaar zijn geweest op het terrein tussen de buitenplaats Hoekenburg en Arentsburgh.
Reuvens was de eerste hoogleraar archeologie ter wereld en stichter van het Leidse Rijksmuseum voor oudheden. In het gebied rond het huidige park Arentsburgh legde hij de fundamenten van een Romeins badhuis en een tempelcomplex bloot, een waterput en een keldertje. Hij vond Romeinse munten, haarspelden, ringen en de hengsels van inmiddels vergane emmers.
Er staan verschillende informatiepanelen en in het aangrenzende buurtje zijn in de bestrating in de ondergrond teruggevonden funderingen aangegeven.
Vanwege de belangrijke historische vondsten staat de bodem van dit gebied vermeld op de Rijksmonumentenlijst.
In 1834 werd Arentsburgh aangekocht door de eigenaar van de naastgelegen buitenplaats Hoekenburg.
Tussen 1857 en 1926 wisselde Arentsburgh nog verscheidene malen van eigenaar, waarna het, wederom samen met Hoeckenburgh in bezit kwam van doveninstituut Effatha. Op het terrein verrezen paviljoens en bijgebouwen, waartussen resten van een park in landschapsstijl bewaard zijn gebleven.
Van het herenhuis aan de Vliet, uit 1913, is het interieur grotendeels in oorspronkelijke staat gebleven.
In bezit van Effatha tot enige jaren geleden en thans, na een grondige restauratie en verbouwing, het trotse bezit van en in gebruik genomen door Schouten de Jong.